De wereld swingt, de rest zijn mummelende bedelaars

Door 25 mei 2018Nieuws

Aan een spartelende geest als de slamdichter Simon Vinkenoog, die jongstleden zaterdag op zijn 80e kwam te overlijden, valt de Olympische kroon van laurierbladeren niet groot genoeg uit. Iedereen heeft in zijn jeugd iets met Simon Vinkenoog te maken gehad. Demonstraties en alles en iedereen verheffen in de Tao van het leven of de sidekick van de verwondering. Hij is niet meer onder de levenden. Hij gaat in de eeuwige jachtvelden in een waterval van klinkers als een goudvis stroomopwaarts. ‘Heren, dames en alles wat er te doen valt voor de Goden in het bijzonder’: je zou het hem horen declameren. Vol van het  kleine, vol van de schoonheid klaar en helder. Misschien is het zo helemaal niet als hier gezegd wordt. Is er helemaal geen Solohemel, wie weet. Vinkenoog heeft er alles aan gedaan om de andere zijde van het heelal te bekijken en zegt er zinnige dingen over.
Misschien zwemt hij, duikelt hij naast ons als een kleine dolfijn. Lacht ons toe en gaat vol esprit verder door de golven. Ga maar vooruit Simon ik zie je bij de bovenboei!

U vraagt zich af waarom een slamdichter in de Soloklasse? Is er een sport die niet met dichtkunst te maken heeft, werp ik tegen? Is er zeilen zonder poëzie? Is dat voor mietjes?
Poëzie? Voor hen die bij een vaantje wegdwalen en het veld uit het oog verliezen?
Ach zeg ik maar, de topsport van Yuri van Gelder zit er op, dan nu tijd voor andere dingen die geestverruimend blijven werken. In de boot en op het water. In een interview gaf Vinkenoog op zijn zeer oude dag geen krimp over de gebreken en de ongemakken.
Welnee, zijn levenshouding spatte er van af. Op een moment kwam er een diepe wijsheid boven in een interview op Nederland 2, ‘s avonds op 14 juli uitgezonden.
Hij citeerde zijn collega Remco Campert, blakend van energie en met groot respect voor het grote wonder dat leven is. Ik herhaal die zin nog maar eens als je op het water bent en in euforie kunt zeggen: ‘ De wereld swingt, de rest zijn mummelende bedelaars’
O, dank aan de dichter Simon Vinkenoog.

Juli 2009,

John Wilson