Mar-al-leen

Door 25 mei 2018Nieuws

Tijdens het weekend van de Benelux kampioenschappen stond de splinternieuwe Bergner van Marleen volop in de aandacht. De 570 werd door haar moeder officieel de Maralleen gedoopt, en onder het genot van champagne en een borrelnootje werd de Maralleen door de concurrentie onder de loep genomen. Dat ie snel is bewees Marleen de eerste dag al met een ééntje. Haar nieuwe boot kreeg daarom al snel de bijnaam: Mar-al-één.

Met de komst van de 570 wordt tevens voor Marc Fluttert de weg naar een Solo carrière vrij gemaakt. Hem gaan we in de 512, die toepasselijk de naam MarcOSolo krijgt, op het water zien.

Reporter John Wilson schreef onlangs over de namen van onze geliefde solo’s:

De foute naam

In deze maanden vallen de nieuwe Solo’s met bakken uit de hemel. Sommige eigenaren peinzen diepzinnig en lang over de juiste naam voor hun boot. De naam van je boot.
Dat doe je niet zomaar. Dat is een geboortebewijs van liefde en sportieve bedoelingen. Een mix van een liefdesverklaring en de vuige doodsteek uit gekwetste eerzucht. Dat komt allemaal in die ene naam tesamen. Soms ketst er met die naam een stuitende domheid vanaf. Om dat te vermijden doet men er alles aan om een nóg gewichtiger naam te verzinnen. Kinderen zijn de dupe van diezelfde kramp. Een naam als Hitler aan je kind geven, komt dus voor. Het geboorteregister wemelt van bizarre, foute namen. Maar nu de naam van een boot. Geschilderd nog wel op een romp van hout, staal, polyesther. Namen zijn als brisant. Als je over de aplomp van de bootsnaam gaat schrijven, heb je zo’n beetje het grootste taboe van varend Nederland aan boord. Geen fatsoenlijk zeilers-tijdschrijft durft hierover te berichten. De lezers voelen zich snel geschoffeerd en hun kapitale Boot of bootje met scherpslijperij getorpedeerd. IJdelheid laat zich snel ontmaskeren.

In Engeland bij de races van Berwick upon Tweed, vielen de bootnamen op als ‘bottomline’ wat snel doet denken aan ‘borderline’. Grappig is dat de NL-Solovoorzitter de ‘Hunky Dory’ vaart en daarmee de naam alle eer bewijst. Foute boel wordt het als men de familienaam aan een boot geeft: ‘De Brouwertjes’. Dat ‘de’ er voor is natuurlijk al helemaal van de pot gerukt. Kom je vervolgens als laatste binnen dan kan je het wel schudden in de familie. Ik weet niet hoe het onder de kakkertjes op het water vergaat, maar met je familienaam als laatste binnenkomen is zielig, erg zielig.
In de Soloklasse zie je van die hybride namen op hun boten staan. Niet al te zelfvoldaan. Zo vertelde de Fries Dijkstra mij waarom zijn nieuwe Solo ‘Utflecht’ heet. Al komt het ‘Utflecht’ eerst wat oubollig over. Je moet het weten, er zit een mooie traditie in die zelfs literair een fonkelende achtergrond kent. Vonken onder de as.

KEES
Woordverbastering met een bedoeling is ook zielig. Zijn er Karel-Jan en Anja aan boord en het wordt:  ‘Kánja’, dan weet je het wel. Fantasieloosheid in één woord. “Get Wet’, duidt op een genitale voorkeur zonder het water op te gaan. Ook al was dat niet de bedoeling met die ‘buitenlandse naam’, het is mooi meegenomen, denkt men dan.  Uitgenaste proleten met te veel geld, kleuren het water. Neen, dan de klassieken. Aeolus. Windnamen sieren de oudjes beter. Passaat, Mistral, Raffalle, en zo meer. Komt meer voor in de Draakklasse of een Pampus. De sterren-namen, de zeenamen, allemaal gedegen klassiek. Wordt men dat moe dan komt er de taalvondst. Een lastig vuiltje in het oog bij de zogenaamd toevallige letterspelletjes. ‘SoloDuo’, ‘Boonnissima’. Dat klinkt een beetje vertrouwd en naar een laat uur in de bar. Komt  het er op aan wat geuzen-heroiek te willen dan met: ‘Viking’, ‘Red Bask’, of ‘Black Pirate’. Het zijn spierballen-rollers, maar zonder idee waarom. Tragisch gekozen. De idylle voorbij en dat moet pas beginnen met varen in de nieuwe boot!
Tot slot een verhaal dat uit de recente babypraktijk afkomstig is:
Twee vroedvrouwen zijn voor regionaal overleg bij elkaar. Zegt de een: ‘Deze week is al twee keer een Kees geboren’. ‘Een meisje of een jongen?’ Zegt de ander. ‘Wat denk je, ik heb al twee keer een meisje als ‘Kees’ gehaald. ’. Een naam is toch een lotsbestemming.

John Wilson