Zeiler en vriendschap

Door 25 mei 2018Nieuws

Quiberon ligt hemelsbreed niet ver van het Bretonse plaatsje Pont-Aven. Er is daar een museum over het leven en werk van de wereldberoemde Franse schilder uit de 20e eeuw: Paul Gauguin. Het bevat de onbeholpen uitstalling van prullaria, met een mummie ergens in de hoek. Er is een tekening van Gauguin uit een schetsblok en daarmee voel je je, als zo vaak met streekmusea, flink bij de neus genomen. Plaatselijke kunstenaars maken zich breed door zich de heroïsche grootte van de wereldse localo aan te trekken en doen hun duit in het zakje. In Frankrijk heeft men er altijd moeite mee die heftige tijden rond Matisse, Picasso, Braque, los te laten. De prachtige oude meuk als erfgoed in de pronkkast te zetten als een voldragen oude schilderslijst waarin geen nieuw doek meer past. Vleiende charmes met de spiegel naar het verleden, ietwat kinderlijk zelfs; dat zijn de gevolgen van de francofone obsessie. Maar vergeet de Verlichting niet, de filosofie van het rauwe leven en het pluche. Er is in La France zovéél retro dat de zanger Serge Gainsbourgh altijd raak kon schieten. Toch heeft die hang naar retro in bijna alle tijdschriften een erotiserende spanning. Frankrijk, wereldzeilers, de olálá lingerie, het Mille Feuilledeeg en elégance. Wij hebben met het Anglo-Saksische en geografische Duitse snijpunt van nature meer reuring en dynamiek. Het volkje in de lage landen kijkt juist niet met trots naar de navel, speurt liever naar zelfhaat en kijkt naar zijn buurlanden of zijn natuurlijke vijand, het water. Dat vinden we al vierkant genoeg om langs een dominees-vingertje de wereld in te wijzen.

Edele moed en bezieling
Nu mijn punt over Pont Aven. Het is de omweg waard. Gauguin leidde een rusteloos leven dat zelfs voerde naar Tahiti. Maar ook: kom eens kijken naar zijn kindje op het doodsbed met bloemen, dat vrijwel permanent hangt in het Kröller-Müller museum. Haar asem is verdwenen, haar levenloze gezicht streelt de eeuwigheid. Wat een eerbied voor het leven draagt zo’n schilderijtje uit. Moet ik aan toevoegen dat dit werkje wèl de prachtige lijst heeft die samenvalt met de tedere glimp van het verdwenen leven. En dat is maar één werkje van Gauguin. Zijn manier van observeren en kijken door de begeestigde natuur heen, is overal. Als u straks de folklore van de Bretonse gekantkloste mutsen op toeristische foto’s ziet, dan stapt u in de 20e eeuw van Gauguin. De schilder legde een bezieling in het banale dagelijkse gedoe. Als kunst een werkelijkheid kan verheffen, of een intense beleving mag veroorzaken, dan heeft Gauguin zich bewezen. Zijn levensloop is al een verhaal apart: man in bonus, succesvol beursmakelaar, laat gezin achter zich, brengt zich tot de bedelstaf, schildert zijn levensbezieling en eindigt als onttroonde ziener, wordt vermoord bij vertrek in de haven van Tahiti. Wat heeft die man veel water gezien in zijn reizend bestaan.

Het welkom van de zee: de zee zegt geen nee.  
Een historische staartje: Van Gogh kreeg ruzie met Gauguin en het eindigde allemaal in wanhoop en een getrokken mes. De geesteszieke Van Gogh is tot waanzin en neemt zichzelf het oor af. Een dramatische ontknoping tussen twee desperate mannen die op het verkeerde moment op elkaar wachtten. Een nieuwe vriendschap ontmoet je niet zo maar.  
Er overvalt  je de onbekende stemming vol avontuur aan de Bretonse kust. Een die je optilt als je de zee bekijkt in dat subtropische klimaat. De granietenrotsen trekken je naar de diepte van het onuitsprekelijke. Hoe is het mogelijk dat de Bretonse kusten steeds meer op de schilderijen van Gauguin gaan lijken? Wat een beloning na een dag wedstrijdzeilen straks helemaal leeg thuis te komen in St. Pierre de Quiberon! De kustlijn en de baai omarmen de zeezeiler. Welkom! De Fransen zeggen dit vol begrip over die vertrouwde schoonheid: ‘Jouw vrienden zijn onze vrienden’: ‘Ton Amis, sont nos Amis. Bien Venue!’                              

J.W.